Is hulp echt nodig?

Een belangrijke vraag. Want veel dieren die met de hand worden grootgebracht, hadden helemaal geen hulp nodig gehad.

Wanneer je weet dat de moeder overleden, ziek of erg verzwakt is, moet je altijd ingrijpen. Maar vaak is het niet zo duidelijk. Vooral bij wilde dieren denkt men vaak ten onrechte dat een jong dier hulpbehoevend is wanneer de moeder even niet in de buurt is.

Hieronder staan een aantal situaties die je kan aantreffen en wat je het beste in zo'n geval kunt doen.

Omdat de aanpak verschilt bij wilde en tamme dieren, maak je een keuze:

Tamme dieren

De moeder zorgt niet voor haar jongen:
Konijnen komen gewoonlijk maar 2x per dag een korte tijd bij het nest om te voeden. Verder kijken ze niet om naar hun jongen. Dit is normaal gedrag en wanneer de jongen rustig en met een bolle buik in het nest liggen, is er niets aan de hand.

Voor alle andere dieren geldt dat wanneer de moeder lichamelijk niets mankeert, maar gewoon niet lijkt te snappen hoe ze voor haar jongen moet zorgen, het kan helpen om ze in een kleinere kooi te zetten. Zo komt er meer contact tussen moeder en kinderen, en zal ze beter voor ze zorgen. Zorg voor een stille omgeving en laat ze met rust, zodat de moeder kan ontspannen. Wanneer ook dit niet helpt, kun je de moeder ook op de rug leggen en de jonkies bij een tepel aanleggen zodat ze kunnen drinken. Help daarna de jonkies met poepen en plassen, zoals staat uitgelegd in het artikel 'De eerste 24 uur. Hoe zorg je voor een jong dier?'.

De moeder geeft geen of niet genoeg melk,
de moeder heeft een aantal tepels die niet ‘werken’, of
de moeder heeft een te grote worp gehad en is uitgeput.

Jonge dieren die te weinig melk krijgen zijn vaak erg onrustig, gaan piepen en zien er rimpelig uit. Wanneer je het nekvelletje tussen duim en wijsvinger omhoog trekt en loslaat, moet het binnen 1 seconde weer terugveren. Gebeurt dit niet, dan zijn ze uitgedroogd en is hulp noodzakelijk.
Wanneer je twijfelt of de jonkies genoeg melk krijgen, kun je ze een aantal keren wegen om te zien of ze in gewicht aankomen.

Wanneer de moeder heel veel jongen heeft, kun je de jongen bijvoeren. Laat ze gewoon bij de moeder, maar geef 1 of 2 keer per dag wat extra melk met een spuitje. Na het voeden moet je ze helpen poepen en plassen. Wrijf wat bodembedekking en mest over de jongen om ze weer een bekende geur te geven, en leg ze terug in het nest.

De moeder staat niet toe dat de jongen bij haar drinken:
Waarschijnlijk is er iets mis met de moeder. Ze heeft bijvoorbeeld een tepelontsteking of baarmoederontsteking. Raadpleeg een dierenarts.

Er is een jong buiten het nest gevallen:
Soms gebeurt het dat een jong een tepel blijft vasthouden wanneer de moeder het nest uit loopt. De meeste moeders zullen dit opmerken en het jong terugleggen. Vooral bij konijnen zijn de moeders vaak wat slordiger en laten het jong gewoon liggen. Het jong mist de warmte van het nest en raakt snel onderkoeld. Je kunt het jong het beste opwarmen door het tegen je blote huid te houden. Ga zitten, leg het jong op je buik en doe je kleding er weer overheen. Wanneer het jong voldoende is opgewarmd, wrijf je wat bodembedekking en mest over het jong en leg je het weer terug in het nest.

Een van de jongen is beduidend kleiner:
Het komt vaak voor dat een van de dieren kleiner is dan de rest. Houd dit diertje goed in de gaten en weeg het meerdere malen per dag. Zo nodig bijvoeren. Houd het diertje wel bij de moeder. (zie ook: moeder geeft niet genoeg melk).

De moeder is tijdens de bevalling of kort na de geboorte van haar jongen overleden.
Zoek een ander dier met een nestje dat als 'min' kan dienen of voed de jongen met de hand op.

De vader of andere volwassene vindt de jongen maar niets:
Zet het andere dier tijdelijk in een apart verblijf, maar zorg wel dat er contact mogelijk blijft via de tralies. Zet de moeder regelmatig bij het andere dier. Wanneer de jongen wat ouder zijn en zich beter kunnen verweren, kun je alle dieren voorzichtig weer bij elkaar zetten. Houd het gedrag de eerste uren goed in de gaten en laat ze niet alleen totdat je zeker wet dat alles goed gaat.

Let op:
Probeer altijd eerst een specialist te raadplegen voordat je een dier oppakt en meeneemt. Een specialist kan zijn een boswachter, dierenambulance, gespecialiseerde dierenopvang, etc.
Veel wilde dieren mogen niet door particulieren in huis worden opgevangen.

Wilde dieren

Je hond of kat komt aanlopen met een jong diertje:
Zie maar eens te achterhalen waar het vandaan komt... Weeg het, en bepaal of het oud genoeg is om weer vrijgelaten te worden of nog melkvoeding nodig heeft. Wanneer het jong wondjes heeft, kan het antibiotica nodig hebben. Geef het dier wat ORS elektrolytenoplossing en raadpleeg een dierenarts.

Je vindt een (kapot) nest met jongen:
Laat de jongen liggen. Herstel het nest zo goed als je kan en laat het verder met rust. De moeder komt weer terug als je weg bent. Soms zal ze de jongen verplaatsen naar een andere locatie.
Indien mogelijk kun je de volgende dag nog een keer gaan kijken of de jongen er goed bij liggen.

Je vindt een eenzaam konijntje in een veld:
Dit betreft meestal een haasje. Hazen hebben geen nest en de jongen lopen meestal zelfstandig rond door het gras. De ouders zijn vaak wel in de buurt, maar later zich pas zien als je weg bent. Gewoon laten zitten is dus het beste.

Je vindt een eenzaam hertje / jonge ree:
Dit is normaal. Jonge reeën blijven stil op een plek liggen. De ouders zijn in de buurt, maar later zich pas zien als je weg bent. Gewoon laten zitten is dus het beste.

Je vindt een jonge eekhoorn:
Wanneer je een eekhoorn op de grond vindt en je hem gemakkelijk kunt pakken, is er altijd iets mis. Deze diertjes (ook volwassen exemplaren) kun je het beste meenemen en naar een gespecialiseerde opvang brengen.

Je vindt per toeval een toegedekt nest met jonge egels:
Dek het weer toe en laat het met rust. De moeder zal in de buurt zijn en het nest weer herstellen.
De opvang van nesten met moeder is alleen nodig wanneer de moeder ziek is, het nest ernstig verstoord is of het nest in een gevaarlijke omgeving ligt.

Je vindt een eenzaam rondlopend jong egeltje:
Observeer het jong goed, voordat je het oppakt. Vaak is de moeder wel ergens in de buurt. Achtergelaten egeltjes zullen vaak een fluitend of piepend geluid maken.
Neem contact op met een egelopvang VOORDAT je het egeltje oppakt en meeneemt.

Je weet nu wat je moet doen als je een wild of tam dier hebt gevonden.

Angela's 6 belangrijkste tips voor elke opvoeder van jonge dieren:

Ga niet meteen aan de slag

Is hulp echt nodig?

Veel dieren die met de hand worden grootgebracht, hadden eigenlijk helemaal geen hulp nodig gehad.

Lees gauw verder!

Vind een goed opvangadres

Wie geeft de beste zorg?

De beste kans van slagen heb je bij iemand met ervaring en verstand van zaken.

Vind hier een opvangadres...

Geef geen melk

De beste tips om de eerste 24 uur door te komen.

Vaak zijn moederloze dieren gestrest, onderkoeld en uitgedroogd. Dat moet eerst worden aangepakt voordat je met melk aan de slag gaat.

Lees hier de beste aanpak...

Zorg dat je alles in huis hebt

Je hebt meer nodig dan alleen de juiste melk.

Je moet ook de juiste hulpmiddelen hebben om de melk te geven. En het verblijf van het diertje moet zijn aangepast aan zijn behoeftes.

Lees hier over alle benodigdheden om een diertje groot te brengen...

Zorg voor een warme en stressvrije omgeving

Comfort en rust zijn van levensbelang

Met een optimale omgevingstemperatuur en voldoende rust, kan een jong dier zijn energie besteden aan de groei.

Meer over huisvesting en warmte...

Zo voer je een jong dier

Verslikking kan dodelijk zijn

Hoe houd je een jong dier vast? Hoe voorkom je dat het zich verslikt?

lees er alles over in dit artikel...